Een van mijn zielsverwanten is de in 1988 overleden fysicus Richard P. Feynman. Nu getuigt het natuurlijk wel van enige hoogmoed om jezelf te vergelijken met een briljante Nobelprijswinnende natuurkundige, die ook nog eens bekend staat om zijn vermogen duidelijk uit te leggen en om zijn mooie verhalen over van alles en nog wat. Dus laat ik direct toegeven: intellectueel kan Feynman zes rondjes om mij heen lopen voordat ik één stap heb kunnen zetten en als verhalenverteller drie. Ik denk echter dat ik zijn gelijke ben in verontwaardiging over schoolboeken.

Onlangs rommelde ik wat in mijn boekenkast en nam daarbij ook het boekje Heeft het zin christen te zijn van Joseph Ratzinger ter hand. Ik heb daar al eens eerder iets over geschreven. Toen ik het uit de kast pakte, viel er een blaadje met aantekeningen uit. Ik was ze al weer vergeten, maar één van de aantekeningen is toch wel aardig om te delen. Ik had namelijke een Penrose-diagram getekend bij het hoofdstuk "Zijn wij verlost?".

Gisteren was Tommy Wieringa te gast in het tv-programma "De wereld draait door". Hij was uitgenodigd vanwege de actuele vluchtelingen problematiek, en:

"Tommy Wieringa schreef in 2012 al Dit zijn de namen, een roman over een groep vluchtelingen die langs de rafelranden van een fictief Oost-Europa zwerft. Dit boek blijkt nu haast profetische kwaliteiten te bevatten [sic]. Geen wonder dat de Italiaanse vertaling het momenteel bijzonder goed doet. [..]"

Ik hoorde daar even van op. Niet van die vluchtelingenproblematiek, die is ook mij niet ontgaan. Maar dat het boek Dit zijn de namen over een groep vluchtelingen zou gaan, en in het verlengde daarvan, dat Tommy Wieringa daardoor expertise zou hebben in het oplossen van het vluchtelingenprobleem, dat had ik niet gedacht. Ik was dan ook benieuwd wat er zou volgen.

De bovenstaande titel is enigszins verwarrend. Dit stukje gaat namelijk niet over de fabeldieren maar over het gezelschapsspel weerwolven. Maar deze ambiguïteit stelt mij wel in staat toch gauw even wat over het fabeldier te schrijven.

De weerwolf is als fabeldier al heel oud en zijn naam ook. Daarom weet tegenwoordig bijna niemand meer hoe die naam in elkaar zit. Tijdens het spel worden er dan ook grappen gemaakt als "ben je nou al weer wolf" en "je bent een slecht weer wolf". Van Annie M.G. Schmidt kennen we natuurlijk ook de heen-en-weerwolf als veerman in Pluk van de Petteflet. Dat 'wolf' begrijpt iedereen, maar dat 'weer' geeft aanleiding tot allerlei speculatieve associaties.
Oorspronkelijk was de term weerwolf echter voor iedereen duidelijk. In het Oergermaans was het een samentrekking van 'weir' (man) en 'wulfa' (wolf).1 Weerwolf betekent dus gewoon manwolf. (Weerman is dus eigenlijk dubbelop.) De term is natuurlijk zeer toepasselijk voor een wezen dat zowel de gedaante van een mens als van een wolf kan aannemen. En dat brengt ons weer bij het gezelschapsspel.